Heribert Wagner

Hij schildert, speelt viool en componeert en het liefst combineert hij die drie dingen. Heribert Wagner (Wenen, 1952) ziet, hoort en ademt kunst. Hij woont sinds 1978 in Nederland en exposeert in heel diverse gebouwen; van een douanehuisje in Maassluis tot aan een bibliotheek in Rozenburg. In Nederland, maar ook in Wenen en Italië, in de buurt van Rome. Zijn ‘Dark Matter Serie’ is zoals de naam al doet vermoeden wat donker van kleur, met hier een daar een lichtpunt. Heribert Wagner werkt voornamelijk met acryl en af en toe aangevuld met oliepastel. Deze reislustige kunstenaar beantwoordt ook de vijf uitgelichte vragen.

Als je een dag of nacht in een museum mocht doorbrengen welk museum zou dat dan zijn?
Ik heb er net een aantal bezichtigd in Barcelona. Maar… ik moet maar weer eens naar het Gemeentemuseum in Den Haag. Ik heb daar eens de oude bomen van Mondriaan gezien, het oudere werk. Ik zou best onder een van die bomen willen slapen en als de maan dan naar binnen schijnt, dan is het volmaakt.

Terra Nera – Stabat Mater

Heb je zelf een werk gemaakt dat je absolute favoriet is?
Ik had dat vroeger ooit. Het was een aquarel die ik in een streek gemaakt had en het was volmaakt. Maar zo werk ik de laatste tijd niet meer. Wel met vrije technieken. Ik heb een trilogie gemaakt op jute van vluchtelingen, dat was een opdracht die ik mezelf heb gegeven. Ik was met een zee van kleuren bezig, en dan komt er iets uit, of ik doe er iets in… In de laatste serie, hoofden van de Paaseilanden, heb ik er raadselachtige figuren ingebracht. Eentje die ik wel wil noemen als favoriet is Stabat Mater. In dat proces is er een beeld ontstaan dat ik kon laten staan; een gesluierde moeder en kind die zich in een lichtportaal bevinden en die naar het licht kijken vanuit het donker. Het is een bijbels gebed. Het gaat over het verlies van duizenden kinderen in oorlogen.

Wanneer ben je begonnen en hoe heeft zich dat ontwikkeld?
Als kleine jongen al. Ik was in Milaan en mijn moeder was bevriend met een familie waar de man kunstenaar was. Ik ging mee naar zijn atelier en ik begon een beetje na te schilderen. Daarna is het overgegaan in landschappen uit boeken naschilderen met olieverf. Ik heb nogal wat tantes en ooms die ik deze cadeau heb gegeven. Ik heb er zelf ook nog twee. Toen was ik veertien, vijftien jaar oud.

Ben je autodidact of heb je via opleiding, cursussen, workshops etc. je weg gevonden?
Ik zat in Wenen op de kunstacademie voor architectuur. Een professor sprak over het gevoel wat je in de architectuur zou moeten brengen, het gevoel van het weiland of wat dan ook waar je gaat bouwen. Ik ben toen eigenlijk meer de muziek in gegaan. Ik speelde viool vanaf mijn zevende en ik ben in een popgroep gaan spelen en zo hebben we overal opgetreden, van Wenen tot Zwolle. Toen gingen de kwasten de kast in, maar in wezen ben ik er nooit mee opgehouden. Met de popgroep ben ik na een jaar gestopt; iedereen ging zijn eigen weg weer. Ik speel nog steeds. De laatste tijd ben ik bezig muziek te schrijven voor bij mijn eigen werk. Ik zoek de klanken die bij de schilderijen passen. Dan probeer ik ze af te ronden in een collage, die past bij het geluid. Ik heb er pas van eentje een video laten maken, die is op YouTube te vinden.

Wie of wat inspireert je en waarom?
Soms is dat het materiaal, soms iets in de politiek of in de wereld. Nu ben ik aan een nieuwe serie begonnen: Zeitgeist. Dan wil ik mijn zienswijze inbrengen, maar het kan ook zijn dat er weer wat uitkomt. Af en toe moet je gewoon kwaad zijn. Ik kan mijn emoties er in kwijt.